In Italië geldt voor het koken van droge pasta van harde tarwe (grano duro) de klassieke verhouding: 100 gram pasta, één liter water en zeven gram zout. Pasta heeft ruimte nodig om te bewegen; in te weinig water daalt de temperatuur te hard zodra de slierten de pan raken en ontstaat een papperige laag zetmeel.
Spaghetti koken is een kwestie van proeven in plaats van blind varen op een kookwekker. De vermelde tijd op de verpakking is slechts een richttijd, want het exacte moment hangt af van de tarwesoort en de dikte van de streng. Kook spaghetti altijd al dente, letterlijk vertaald 'aan de tand'.
De beet zorgt voor een lagere glykemische index en een aangenamere structuur in combinatie met saus. Giet nooit olijfolie in het kookwater en spoel gekookte pasta niet af met koud water. De olie zorgt dat saus van de spaghetti glijdt en afspoelen wast het zetmeel weg dat nodig is om saus te binden.
